HOME WIE IS WIE RECTOR

Gabriel Quicke

Gabriel Quicke stamt uit een Brugse landbouwersfamilie met zeven kinderen, van wie hij de voorlaatste is. Het gezin werd zwaar getroffen, toen de kinderen nog jong waren, door het auto-ongeval op 16 januari 1967, waarbij de beide ouders het leven lieten. De kinderen werden gastvrij opgenomen in het huis van hun ongehuwde tante Alphonsina Quicke, zus van hun vader, die ze liefdevol opvoedde.

Hij trad binnen in het seminarie van Brugge, werd in 1986 tot diaken en op 28 juni 1987 tot priester gewijd. Hij behaalde in 1983 aan de Katholieke Universiteit Leuven de kandidatuur in de klassieke filologie en in 1986 het baccalaureaat in de theologie. Hij studeerde vervolgens in Rome aan de universiteit Gregoriana en behaalde er het licentiaat in de theologie in juli 1989.

Hij werd daarop leraar godsdienst en geschiedenis in het Klein Seminarie in Roeselare. Hij werd in 1992 professor aan het Grootseminarie van Brugge en werd er directeur. Hij doceerde psychologie (inleiding en algemene psychologie, persoonlijkheidspsychologie, ontwikkelingspsychologie, godsdienstpsychologie en sociale psychologie), filosofische antropologie, judaïsme, islam, Bijbels Grieks en Latijn. Hij was tevens verbonden aan de Katholieke Hogeschool Brugge-Oostende (KHBO), waar hij aan de kinesisten en ergotherapeuten godsdienst en filosofie doceerde.

Vanaf 1994 was hij gouwproost voor de KSA in West-Vlaanderen. In april 2007 werd hij tot ‘priester in zending’ benoemd in Libanon aan het grootseminarie van Harissa, ten noorden van Beiroet. Aan dit grootseminarie doceerde hij Bijbels Grieks, theologie en filosofie. Hij was ook aalmoezenier aan de Université Saint-Joseph in Beiroet voor de departementen rechten, economie en management. Hij bood ook hulp in het Palestijnse vluchtelingenkamp van Dbayeh. Tijdens die periode leerde hij verder Arabisch, een studie die hij vanaf 2005 was begonnen.

In maart 2009 volgde hij Johan Bonny op als staflid van de Pauselijke Raad ter Bevordering van de Eenheid van de Christenen. Hij was er verantwoordelijk voor de dialoog met de oosters-orthodoxe christenen. Hij woonde in het Belgisch College in Rome en predikte in de Friezenkerk in deze stad.

In 2011 promoveerde hij aan het Angelicum tot doctor in de theologie met de thesis Saint Augustine. A Spiritual Guide for Ecumenism Today. A Study of the Tractatus in Iohannis Evangelium. In september van het zelfde jaar werd hij benoemd tot professor aan het Angelicum. In 2014 werd hij tot kapelaan van de paus benoemd en voerde hij de titel monseigneur. Hij werd lid van de adviesraad van het tijdschrift Sacris Erudiri, onderdeel van het Corpus Christianorum (Brepols Publishers, Turnhout).

Op 1 september 2018 werd hij president van het Heilige Geestcollege en het Leo XIII-seminarie in Leuven, twee studentenresidenties van de KU Leuven. Hij volgde in deze functies priester Marc Steen op. Op 1 september 2021 volgde Reimund Bieringer hem in beide functies op. Hij werd tevens professor aan de Faculteit Theologie en Religiewetenschappen. Gabriel Quicke was ook provisor van de Koninklijke Belgische Kerk en Stichting Sint-Juliaan-der-Vlamingen in Rome. In september 2021 volgde hij Hugo Vanermen op als rector van de Koninklijke Belgische Kerk en de Stichting Sint-Juliaan der Vlamingen en afgevaardigd beheerder van de Fondation Lambert Darchis in Luik en Rome. Naast een lesopdracht, zet hij zich tevens verder in voor de christenen in het Midden-Oosten, en heel in het bijzonder voor de weeskinderen in Irak.

PUBLICATIES

ACTIVITEITEN VAN DE RECTOR

ZENDING IRAK

Naast een lesopdracht, zal ik me ook verder inzetten voor de christenen in het Midden-Oosten, en heel in het bijzonder voor weeskinderen in Irak, een engagement dat me bijzonder aangrijpt en dat ik ervaar als een ‘levensvervulling’. In Irak alleen al zijn er meer dan 800.000 weeskinderen.

Van ontmoeting naar gastvrijheid

Gaby Quicke in Tertio: Christendom zal gastvrij zijn of niet zijn

GEPUBLICEERD OP DINSDAG 18 JANUARI 2022 – 13:43

Tertio sprak met priester Gabriël Quicke, auteur van een boek over gastvrijheid en rector van de Belgische kerk Sint-Juliaan-der-Vlamingen in Rome

In het jongste boek Van ontmoeting naar gastvrijheid van de Brugse priester Gabriël Quicke neemt de overtuiging dat in het gelaat van de ander Christus verschijnt een cruciale plaats in. De mens in zijn broosheid en met zijn kwetsuren brengt ons bij Christus. In die broze ander ontmoeten we de Heer. Het is hier dat de deugd van de gastvrijheid opduikt: we openen ons huis en ons hart voor die ander in nood. De gastvrijheid staat gegrift in het hart van de geloofsgemeenschap. In het Midden-Oosten valt dan geregeld de uitdrukking: ‘beitoena beitikum’: ‘Ons huis is uw huis’, vertelt de auteur, die van 2009 tot 2018 stafmedewerker was bij de Pauselijke Raad ter Bevordering van de Eenheid onder de Christenen. Hij wijst erop dat gastvrijheid veel verder gaat dan bed, bad en brood – het lenigen van de fysieke noden van vreemdelingen. Het omvat bovenal de erkenning van de ander in zijn menselijke waardigheid.
Echte gastvrijheid is vaak het moeilijkste wat er is, maar tegelijk brengt ze onverwachte zegeningen teweeg.

Icoon Drie-eenheid van Andrej Roeblev c Wikipedia

Tafel

In de gastvrijheid vindt evenwel een merkwaardige omkering plaats. Allereerst groeit het besef dat we allemaal als vreemdelingen te gast zijn in deze wereld. Ook de gastheer is een gast. En omgekeerd wordt de gast zelf de gastheer. Dat zie je in de duiding van het verhaal van de ontmoeting van Abraham en Sara met de drie vreemdelingen (Genesis 18) en bij de Emmaüsgangers (Lucas 24, 13-35). Het is geen toeval dat in de iconografie Abraham en Sara steeds meer van het toneel verdwijnen en de drie vreemdelingen op het voorplan komen als beeld van de Drie-eenheid. In de bekende icoon van Andrej Roeblev neigen Vader, Zoon en Geest in een cirkelvormige beweging naar elkaar. Er zit een liefdesdynamiek in en die cirkel is niet gesloten, maar open naar ons. Wij worden mee uitgenodigd aan de tafel van de Heer, stelt Quicke.
Vergeten we niet dat het christendom ontstaan is aan een tafel: die van het Laatste Avondmaal.
‘Doe dit tot mijn gedachtenis’ nodigt ons uit aan de eucharistische tafel, maar evenzeer tot dienstbaarheid door het voorbeeld van de voetwassing.

Wonden genezen

In zijn boek wijst hij er verrassend op dat gastvrijheid begint met het helen van de wonden uit het verleden. Daar speelt mijn ervaring met de oecumene. Ook het christendom is getekend door scheuringen, er zijn wonden geslagen. Waarachtige ontmoetingen waarbij met empathie naar elkaar wordt geluisterd, bieden de kans die wonden te helen. Als je je thuis voelt bij de ander, kun je veel met elkaar delen, ook je pijn en verdriet. Ieder van ons heeft kwetsuren, elk huisje heeft zijn kruisje. Door de gastvrijheid kan de kerk een gemeenschap van heling en verzoening zijn. Augustinus wees er al op dat de kerk een plaats moet zijn waar de gewonden worden verzorgd, zoals de herberg in de parabel van de barmhartige Samaritaan. Wie een herder in de kerk wil zijn, zal vanuit een barmhartige liefde de wonden liefdevol aanraken en verzorgen. De kerk moet een hospes, een herberg zijn waar het haardvuur brandt, de tafel gedekt is, brood en beker worden gedeeld en je op verhaal kunt komen. Ook Sint-Juliaan-der-Vlamingen is in Rome gebouwd als zo’n hospitium. Het moet een huis zijn waar iedereen welkom is. Het enige wat de kerk moet doen, is haar deuren openzetten voor iedereen. Het christendom zal gastvrij zijn of het zal niet zijn, merkt de nieuwe rector van de Sint-Juliaan-der-Vlamingenkerk in Rome op.

Ontmoeting

De voorbije jaren bleef de deur van die nationale kerk en dat gastenhuis helaas gesloten. Vanaf deze maand opent de nieuwe rector opnieuw de deuren van Sint-Juliaan, niet alleen voor eucharistievieringen, maar ook voor de ontvangst van groepen. Vooral jeugdbewegingen en Erasmusstudenten hoopt hij in Rome te begroeten. De kerk is geen museum, maar een ontmoetingsplaats van God en mensen. Het gaat niet om gepolijst marmer en vergulde plafonds, maar om de zorg voor de armsten en de ontmoeting van aangezicht tot aangezicht, van hart tot hart, besluit Quicke.