HOME JUBILEUM GASTVRIJHEID

Gaby Quicke in Tertio: Christendom zal gastvrij zijn of niet zijn

GEPUBLICEERD OP DINSDAG 18 JANUARI 2022 – 13:43

Tertio sprak met priester Gabriël Quicke, auteur van een boek over gastvrijheid en rector van de Belgische kerk Sint-Juliaan-der-Vlamingen in Rome

In het jongste boek Van ontmoeting naar gastvrijheid van de Brugse priester Gabriël Quicke neemt de overtuiging dat in het gelaat van de ander Christus verschijnt een cruciale plaats in. De mens in zijn broosheid en met zijn kwetsuren brengt ons bij Christus. In die broze ander ontmoeten we de Heer. Het is hier dat de deugd van de gastvrijheid opduikt: we openen ons huis en ons hart voor die ander in nood. De gastvrijheid staat gegrift in het hart van de geloofsgemeenschap. In het Midden-Oosten valt dan geregeld de uitdrukking: ‘beitoena beitikum’: ‘Ons huis is uw huis’, vertelt de auteur, die van 2009 tot 2018 stafmedewerker was bij de Pauselijke Raad ter Bevordering van de Eenheid onder de Christenen. Hij wijst erop dat gastvrijheid veel verder gaat dan bed, bad en brood – het lenigen van de fysieke noden van vreemdelingen. Het omvat bovenal de erkenning van de ander in zijn menselijke waardigheid.
Echte gastvrijheid is vaak het moeilijkste wat er is, maar tegelijk brengt ze onverwachte zegeningen teweeg.

Icoon Drie-eenheid van Andrej Roeblev c Wikipedia

Tafel

In de gastvrijheid vindt evenwel een merkwaardige omkering plaats. Allereerst groeit het besef dat we allemaal als vreemdelingen te gast zijn in deze wereld. Ook de gastheer is een gast. En omgekeerd wordt de gast zelf de gastheer. Dat zie je in de duiding van het verhaal van de ontmoeting van Abraham en Sara met de drie vreemdelingen (Genesis 18) en bij de Emmaüsgangers (Lucas 24, 13-35). Het is geen toeval dat in de iconografie Abraham en Sara steeds meer van het toneel verdwijnen en de drie vreemdelingen op het voorplan komen als beeld van de Drie-eenheid. In de bekende icoon van Andrej Roeblev neigen Vader, Zoon en Geest in een cirkelvormige beweging naar elkaar. Er zit een liefdesdynamiek in en die cirkel is niet gesloten, maar open naar ons. Wij worden mee uitgenodigd aan de tafel van de Heer, stelt Quicke.
Vergeten we niet dat het christendom ontstaan is aan een tafel: die van het Laatste Avondmaal.
‘Doe dit tot mijn gedachtenis’ nodigt ons uit aan de eucharistische tafel, maar evenzeer tot dienstbaarheid door het voorbeeld van de voetwassing.

Wonden genezen

In zijn boek wijst hij er verrassend op dat gastvrijheid begint met het helen van de wonden uit het verleden. Daar speelt mijn ervaring met de oecumene. Ook het christendom is getekend door scheuringen, er zijn wonden geslagen. Waarachtige ontmoetingen waarbij met empathie naar elkaar wordt geluisterd, bieden de kans die wonden te helen. Als je je thuis voelt bij de ander, kun je veel met elkaar delen, ook je pijn en verdriet. Ieder van ons heeft kwetsuren, elk huisje heeft zijn kruisje. Door de gastvrijheid kan de kerk een gemeenschap van heling en verzoening zijn. Augustinus wees er al op dat de kerk een plaats moet zijn waar de gewonden worden verzorgd, zoals de herberg in de parabel van de barmhartige Samaritaan. Wie een herder in de kerk wil zijn, zal vanuit een barmhartige liefde de wonden liefdevol aanraken en verzorgen. De kerk moet een hospes, een herberg zijn waar het haardvuur brandt, de tafel gedekt is, brood en beker worden gedeeld en je op verhaal kunt komen. Ook Sint-Juliaan-der-Vlamingen is in Rome gebouwd als zo’n hospitium. Het moet een huis zijn waar iedereen welkom is. Het enige wat de kerk moet doen, is haar deuren openzetten voor iedereen. Het christendom zal gastvrij zijn of het zal niet zijn, merkt de nieuwe rector van de Sint-Juliaan-der-Vlamingenkerk in Rome op.

Ontmoeting

De voorbije jaren bleef de deur van die nationale kerk en dat gastenhuis helaas gesloten. Vanaf deze maand opent de nieuwe rector opnieuw de deuren van Sint-Juliaan, niet alleen voor eucharistievieringen, maar ook voor de ontvangst van groepen. Vooral jeugdbewegingen en Erasmusstudenten hoopt hij in Rome te begroeten. De kerk is geen museum, maar een ontmoetingsplaats van God en mensen. Het gaat niet om gepolijst marmer en vergulde plafonds, maar om de zorg voor de armsten en de ontmoeting van aangezicht tot aangezicht, van hart tot hart, besluit Quicke.